Japanse oesters in de Waddenzee Foto: Jan Smit
Hoewel de Japanse oester al meer dan 10 jaar in de waddenzee aanwezig is, lijkt de opmars vorig de afgelopen jaren stevig ingezet. In 2002 werden nog maar op enkele plaatsen hoge dichtheden aangetroffen, en waren uit de oostelijke Waddenzee alleen wat losliggende oesters gesignaleerd.
In 2003 is begonnen met een Waddenzeebrede inventarisatie waarbij gebruikt is gemakt van meldingen door het publiek. Zowel van vissers, wadlopers, recreanten als bemanningen van schepen werden meldingen ontvangen. Veel van die meldingen werden gedaan via INTERWAD, waar de mogelijkheid bestond om informatie over voorkomen, dichtheid, ondergrond etc direct in een database te brengen. Op grond van die database werd een verspreidingskaart gemaakt die ook op INTERWAD te zien is. Daarnaast werd door Alterra een rapport over de oester geschreven. Dat rapport werd toegestuurd aan alle personen die een melding hadden doorgegeven, en is ook beschikbaar op de INTERWAD site.
De ontwikkelingen van het oesterbestand gaan veel sneller dan we vorig jaar nog veronderstelden. De broedval in 2002 was goed, maar die van 2003 fenomenaal. Wellicht heeft dit te maken met de zeer warme zomer. Ook de groei van de jonge oestertjes overtrof alle schattingen. Terwijl we er vorig jaar nog van uitgingen dat het broed van 2003 na de winter minder dan 1 cm groot zou zijn vinden we in februari al oestertjes van 2 tot 3 cm. Ze zitten werkelijk op alle soorten hard substraat, van losliggende schelpen tot palen langs mosselpercelen en plastic viskisten en drijvende dekseltjes van broodtrommels. Op losliggende schelpen kunnen meer dan 10 broedjes voorkomen. In de nazomer zijn deze uitgegroeid tot aaneengegroeide kluiten waarvan de oesters niet meer van elkaar te scheiden zijn.
Ook het aantal aaneengesloten oesterbanken, rifvorming en overname van mosselbanken is drastisch toegenomen. Uit de gehele Nederlandse Waddenzee komen nu meldingen van oesterbanken die meer dan tien hectare groot zijn. Ook in de geulen schijnt de oester nu algemeen voor te komen.
Foto: John de Boer Vooruitlopend op integrale inventarisaties wordt ook in 2004 weer gerekend op meldingen door bezoekers van het Waddengebied. Iedereen die oesters aantreft wordt verzocht dit te melden op de INTERWAD site. Op grond van de meldingen worden weer kaarten gemaakt. Ongetwijfeld zullen die kaarten nu niet alleen punten bevatten van plaatsen waar oesters gezien zijn, maar voor het eerst ook de werkelijke omtrek van de vele banken waarvan verwacht wordt dat die er tegen het eind van het jaar zullen liggen. Als de huidige ontwikkelingen zich doorzetten staan we aan de vooravond van een andere Waddenzee. Waar in het verleden de filtrerende soorten vooral bestonden uit mossel, kokkel en strandgaper, lijken die op korte termijn de oester, mesheft (Ensis) en wellicht het muiltje (Crepidula) als medebewoner, en wellicht als overheerser te moeten dulden. Op de inventarisatiepagina vindt u een formulier waarmee u gegevens kunt sturen naar Alterra.
ga naar de inventarisatiepagina!! Achtergrondinformatie
|