|
Per jaar gebruikt Nederland ongeveer 72 miljoen kubieke meter zand. De helft van dit zand komt uit rijkswateren, zoals de Waddenzee, het Eems-Dollardgebied, het IJsselmeer en de randmeren, de deltawateren en vooral de Noordzee. De rest van het zand wordt gewonnen uit afgravingen op het land. Het zand wordt gebruikt voor woningbouw, waterstaatkundige werken en wegenbouw. Ook de bollenteelt neemt zand af. Een deel van het zeezand wordt gebruikt voor zandsuppletieprojecten (in 1998: 7,4 miljoen kubieke meter). Rond 1980 maakte het zeezand nog maar enkele procenten uit van de totale hoeveelheid gewonnen zand. Sindsdien is de winning van zeezand sterk in opmars. In 1991 werd zelfs twee maal zoveel zeezand aan wal gebracht als het jaar daarvoor. Tussen 1992 en 1996 werd zo'n 20 miljoen kubieke meter zeezand opgebaggerd. In 1996 werd een record-hoeveelheid van 23,2 miljoen kubieke meter gewonnen. Sindsdien en wordt jaarlijks zo'n 22 miljoen kubieke meter zeezand gewonnen. Nederland is daarmee veruit de belangrijkste zandwinner op de Noordzee geworden, zoals blijkt uit onderstaande grafiek.
Zeezand komt aan land met sleephopperzuigers. Het overgrote deel is afkomstig van onderhoudswerkzaamheden van de IJ-geul en de Euro-Maasgeul. Ook wordt gebaggerd in de vaarroutes van Westerschelde en Waddenzee. De baggerschepen brengen het zeezand naar vier depots voor de kust: bij de Maasvlakte, in het Haringvliet, bij IJmuiden en in de Westerschelde. Daar wordt het zand weer door kleinere vaartuigen opgezogen om naar de afnemers te worden vervoerd. Het baggeren in de Westerschelde dient vooral om de haven van Antwerpen bereikbaar te houden voor grote schepen. Bij het uitdiepen zijn veel schorren en platen verloren gegaan. Verschillende provincies hebben al meerdere keren bezwaar gemaakt tegen de winning van zand op het land, langs de grote rivieren. Een belangrijk argument is dat het landschap en de natuur worden aangetast door de grote zandwinplassen die hierdoor ontstaan. Als de provincies weigeren nieuwe locaties voor zandwinning aan te wijzen zal er meer zand uit de Noordzee gewonnen moeten worden om in de zandbehoefte te blijven voorzien.
Effecten van zandwinning Hoe snel de zeebodem, en daarmee de flora en fauna van de zeebodem, zich herstelt na ontginningswerkzaamheden is sterk afhankelijk van de situatie ter plekke. In gebieden met veel getijdenbewegingen en grote aanvoer van zand kunnen de sporen van de hopperzuigers na een ruim jaar verdwenen zijn. In rustiger gebieden kan dit vier jaar duren en in extreme gevallen wel 9 jaar. In zandwingebieden die 100 hectare of groter zijn is het wettelijk verplicht een milieu-effect reportage (MER) te laten maken. Ook het herstel van de bodemfauna is sterk afhankelijk van de situatie ter plekke. In hoog tot gemiddeld dynamische gebieden duurt het twee tot vier jaar. In laag dynamische gebieden, zoals de Waddenzee, kan het vijftien jaar duren voordat de fauna zich heeft hersteld. Volgens de afspraken tussen de landen die grenzen aan de Waddenzee mag zandwinning in de beschermde delen van de Waddenzee alleen plaatsvinden om de vaargeulen te onderhouden en niet voor het winnen van zand. Wel kan voor lokale kustbeschermingsmaatregelen een vergunning worden verleend om toch buiten de grote vaargeulen zand te winnen. De winning moet zodanig plaatsvinden dat de gevolgen voor het milieu tot een minimum beperkt worden. Permanente of langdurige gevolgen moeten worden vermeden of, als dat niet mogelijk is, gecompenseerd.
De hoeveelheid zand die in de Nederlandse Waddenzee wordt gewonnen is geleidelijk afgenomen van ruim 3,5 miljoen kubieke meter in 1986 tot minder dan 1 miljoen kubieke meter in 1995. Deze afname is voornamelijk te danken aan de vermindering van de zandwinning in het Marsdiep. Zo'n 60% van het zand wordt gebruikt voor dijkversterking. Sinds 1998 worden geen ontgrondingsvergunningen voor zandwinning in de Waddenzee afgegeven. De winning brengt namelijk schade toe aan het milieu en veroorzaakt extra kustafslag op de Waddeneilanden. Vanaf 1999 is het alleen nog toegestaan om zand te winnen dat vrijkomt bij het uitvoeren van onderhoudswerken in de vaargeulen. In 2003 is op deze wijze ruim 436.000 kubieke meter zand naar de wal gebracht. Dat is 107.000 kuub meer dan in 2002. In de Waddenzee bestaat een 'zandbalans' tussen het zand in de kustzone (tot waar de zee meer dan twintig meter diep is) en dat in de Waddenzee. Als uit een deel van het gebied zand weggehaald wordt, heeft dat uiteindelijk effect voor andere delen van het gebied. Tussen 1933 en 1975 vond in de Waddenzee ongeveer 200.000 kubieke meter aanzanding plaats. De erosie in het buitendeltagebied bleek van dezelfde orde van grootte. Sinds 1975 treedt erosie in de Waddenzee op; circa 40 miljoen kubieke meter zand verdween. De omvang van de zandwinning bleek ongeveer even groot. De effecten van de zandwinning uiten zich in verbreding van de geulen. Of er ook andere effecten zullen optreden, moet nog blijken. De effecten van de aanleg van de Afsluitdijk op de Waddenzee voltrokken zich ook pas na jaren. Een bijkomend probleem vormt de toenemende 'zandhonger' van de Waddenzee als de bodem daalt door gaswinning en een stijging van de zeespiegel. Het benodigde zand voor woningbouw, waterstaatkundige werken, wegenbouw en de bloembollenteelt moet voortaan vooral uit het onderwaterdepot bij Den Helder uit de Noordzee komen. Rijkswaterstaat gebruikt voor de ophoging van de Noordzeestranden nu al zand uit de Noordzee beneden de twintig meter lijn. Als daar zand weggehaald wordt, heeft dat nauwelijks of geen effecten op de zandbalans van het kustgebied. In het Nedersaksische Nationale Park is zandwinning voor commerciële doeleinden niet toegestaan. Er wordt alleen zand gewonnen bij baggerwerkzaamheden voor het onderhouden van vaargeulen en voor de kustverdediging. Denemarken: Zandwinning voor commerciële doeleinden is in het Deense waddengebied niet toegestaan. Hier kan een uitzondering op gemaakt worden als er onvoldoende zand voor de kustverdediging op andere plaatsen gewonnen kan worden. In noodsituaties mag er ook zand uit zee worden gewonnen. In de scheepvaartroutes naar Esbjerg en Fanø wordt zand gewonnen bij het uitdiepen van de vaargeul. Ontzilting Het nadeel van zeezand is dat het zout is. Het bevat 1500 tot 4500 milligram natriumchloride per kubieke meter. Dat zout spoelt uit en komt in het grond- en oppervlaktewater terecht. Dat heeft op den duur gevolgen voor de tuinbouw en de drinkwaterwinning. Binnen één tot twee jaar moet zeezand worden ontzilt. Dit doet men door het te spoelen met zoet water. De huidige ontziltingstechniek (één keer spoelen met licht brak water op het Noordzeekanaal en droogtrekken) levert zand op met een chloridegehalte van gemiddeld 600 milligram. Verslag over gevolgen van zeezandwinning:
Bron: Informatie uit de De Vleet (EcoMare) |